30 april 2026 gepubliceerd op ornet.nl

In veel organisaties zijn de cijfers nog acceptabel, terwijl de energie in teams al wegloopt. De planning is vol, de projecten lopen, de rapportages kloppen. Toch stapelen de signalen zich op: meer gedoe, meer vertrek, meer verzuim, meer fouten. Dat zijn vaak geen losse incidenten, maar stukjes van 1 verhaal. Signalen zijn geen hinderlijk bijverschijnsel, maar een informatiebron die je vroeg moet benutten.

Veel or-leden zullen herkennen dat signalen versnipperd binnenkomen: een onveiligheidsmelding hier, werkdruk daar, een reorganisatie, een cao-dossier, een team met een conflict, een afdeling die moeilijk doet. De vraag is: gaat het om losse dossiers, of om organisatievermoeidheid — structurele overbelasting, stapeling van veranderingen en verlies van verbinding?

Stop de thermometer erin: groen, geel, oranje, rood 

Een praktische manier om het patroon snel scherp te krijgen is de vitaliteitsthermometer. Zie het als een momentopname: waar staat de organisatie nu?  Onderkant formulier

  • Groen: energie en vertrouwen stromen. Koers helder, gezonde werkdruk, grip op resultaten, eigenaarschap en innovatie zijn ‘normaal’.
  • Geel: de eerste scheurtjes. Deadlines worden krap, kleine fouten sluipen erin, verloop stijgt licht, reacties naar klanten/gebruikers worden trager. Teams werken harder, energie zakt.
  • Oranje: druk wordt structureel. Processen haperen, overleggen worden zwaarder, irritaties nemen toe, innovatie stokt, faalkosten stijgen, projecten verliezen scope.
  • Rood: crisis. Vertrek, afhakers, reputatie- en vertrouwensverlies, paniekbesluiten.

Het is belangrijk je te realiseren dat wat helpt in geel onvoldoende kan zijn in oranje. En in rood moet eerst de stabiliteit terugkeren. De kleur bepaalt dus ook welke vraag je stelt en welk verzoek je neerlegt.

De snelste or-vraag: incident of patroon?
In elk dossier helpt één simpele or-toets: is dit een incident of begint hier een patroon? Die toets wordt sterker als je niet alleen praat over gevoel, maar ook over waar het schuurt, hoe het ontstaat en waar het zichtbaar wordt. Dat kan met 3 diagnosevragen:

Waar gaat er wat mis?
Mensen, processen, klantcontact, samenwerking. Strategie of dagelijkse praktijk?

Hoe komt dat?
Afstand tussen wat bedacht is en wat teams ervaren. Energielekken, verstoorde koers, actie of verbinding.

Waar blijkt dat uit?
Teruglopende financiële resultaten, verzuim, verloop, kwaliteit, klantbeleving, vertrouwen.

Daarboven ligt de vraag die je in or-overleggen veel scherper maakt dan ‘Hoe gaan we dit oplossen?’, namelijk ‘Waar gaat het hier nou écht over?’

Stuur op energie: de hardste graadmeter 

Als er één stuurvariabele is die je als or kunt normaliseren in overleg met bestuurder en HR, dan is het energie. Niet als soft signaal, maar als managementinformatie. Energie is de hardste graadmeter van vitaliteit. Daarom hoort de energievraag net zo standaard te zijn als een financiële of productiviteitsrapportage:

Wat kost energie en wat geeft energie? 

Die vraag werkt op elk niveau: in teamoverleg, MT, projectstuurgroep en or-commissie. Schrijf antwoorden een paar keer achter elkaar op, zonder meteen te fixen. Dan worden patronen zichtbaar die eerder werden weggedrukt.

Hoe je dit als or concreet interpreteert? Als dezelfde overlegvorm, procedure of extra registratie structureel energie kost en weinig oplevert, is dat geen klaagzang, maar stuurinformatie.

5 herkenningssignalen van organisatievermoeidheid 

Gebruik dit als checklist (met MTO/verzuim/verloop én praktijkvoorbeelden):

Normaliseren van druk:

Tijdelijk wordt structureel, pauzes verdwijnen, overwerk wordt standaard.

Stapeling van initiatieven:

Steeds iets nieuws, weinig afronding; mensen worden verandermoe.

Terugtrekgedrag:

Minder initiatief, meer afwachten: “Doe jij het maar”. Eigenaarschap zakt weg.

Hardere toon / stroever overleg:

Meer irritaties, zwaardere vergaderingen, meer wij-zij.

Uitvoeringsproblemen:

Processen haperen, projecten verliezen scope, fouten en faalkosten stijgen.

7 vragen die de or in overleg kan stellen 

Deze vragen trekken het gesprek uit incidenten en naar besturing:

  1. Wat stapelt er? Welke projecten/changes lopen tegelijk en wat is de draagkracht?
  2. Welke activiteit levert weinig op en kost veel energie? (stopvraag)
  3. Wat kost en wat geeft energie? Per team/proces/overleg (energievraag).
  4. Waar zit besluitvorming vast? Wat wordt top-down uitgezet zonder dat de praktijk het kan dragen?
  5. Waar blijkt het uit? Welke signalen zien we in kwaliteit, klant/leerling/student, vertrouwen, verzuim/verloop?
  6. Wat is de eerste stap die dit morgen lichter maakt? Maak het klein en uitvoerbaar.
  7. Wat hebben teams en afdelingen van elkaar nodig? Breng verbinding terug in de uitvoering.

Mini-werkvorm (10 minuten): van signalen naar 1 verzoek 

Dit werkt goed in or- of commissie-overleg.

  • Stap 1 (3 min): noteer 5 signalen die je de laatste maand hoorde/las (verzuim, vertrek, irritaties, incidenten, uitvoeringsproblemen).
  • Stap 2 (4 min): koppel ze aan 1 thermometerkleur (groen/geel/oranje/rood).
  • Stap 3 (3 min): formuleer 1 concreet or-verzoek richting bestuurder/HR:
  • Stop (iets beëindigen), of
  • Vereenvoudig (minder stappen/registratie/overleg), of
  • Maak keuzes expliciet (prioriteiten, tempo, wat niet meer kan).

De kern is dit: herstel begint niet met een nieuw programma, maar met beter waarnemen, luisteren en kiezen. Fixen als reflex voelt daadkrachtig, maar lost de bron vaak niet op.

Boek: De Bedrijfsburn-out

Niet alleen mensen, ook teams en organisaties kunnen een burn-out krijgen. In dit boek biedt Patrick Nijhoff een praktisch model en concrete vragen om vroegsignalering, herstel en co-creatie te organiseren. Voor leiders, HR en ondernemingsraden die minder willen ‘fixen’ en meer willen sturen op vitaliteit en resultaten.

Bekijk alle berichten

Privacy Preference Center